Richting het bejaardenhuis waar mijn oma woont. Ik stap de deur in.. Ze ziet me.. Tranen schieten in haar ogen.. Langzaam laat ze ze naar beneden rollen..terwijl ze zegt oh mijn kindje.. Pak haar beet en druk haar stevig tegen me aan. Het is al goed oma..
Ik blijf haar aanstaren,omdat ik haar gelaat niet wil vergeten.. Maar voor altijd op mijn netvlies wil graveren.
Zonder een voldaan gevoel keer ik terug naar huis. Ik zou blij
Moeten zijn dat ik haar weer gezien heb, maar inplaats daarvan boekt het alsof me hart gebroken is. Omdat ze nooit meer zal zijn wie ze was.. Omdat ik nooit neer die gesprekken met haar kan voeren die we ooit voerde.. Omdat we nooit meer met ze tweeën ons hoofd zullen breken over een te moeilijke puzzel.. Omdat er nooit meer.. Nee nooit meer al een kopje thee met melk voor me klaar zal staan, terwijl ik nog onderweg was..


